De druk van administratieve lasten die hulpverleners ondervinden, komt voort uit het feit dat allerlei controlerende en bewakende organen  boven op het primaire proces ( = dagelijkse zorg van behandelaars aan patiënten) zitten.
Verzekeraars, indicatiestellende organen, beroepsgroepen, inspecties, koepels, plaatsende instanties, etc controleren of de behandelaar wel de juiste beslissing neemt of neemt een beslissing voor de behandelaar.
Om deze controlerende functie mogelijk te maken, eisen deze organen dat vanuit het primaire proces gegevens worden aangeleverd aan deze perifere organen die daarmee hun taak kunnen uitvoeren.
Dit toezicht is zodanig doorgeschoten, dat de perifere organen zichzelf als centrum van de zorg zijn gaan beschouwen, waardoor de zorg zelf gezien wordt als een voorwaarde voor deze parasieten om in leven te kunnen blijven.
Vergelijk het met een scheidsrechter die van mening is dat de voetballers er zijn om het voor hem mogelijk te maken zijn taak uit te voeren.

Is het niet beter om meer verantwoordelijkheid terug te geven aan het primaire proces (ook standpunt van de VVD) en de medewerker in het primaire proces de tools te geven om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken?

En daar komt de ondersteuning door een slimEPD (EPD=elektronisch patiëntendossier ) om de hoek kijken.
Als een slimEPD de behandelaar tijdens de uitvoering van haar/zijn taak ondersteunt door het aanreiken van extra kennis en ervaring en daardoor de beslissingen van de hulpverlener versnelt en verbetert, is alleen controle achteraf door de controle-organen nog nodig en bovendien in mindere mate.
Dus de medewerker in het primaire proces krijgt tijdens de uitvoering van het werk aanvullende kennis aangereikt en zo kan de medewerker met eigen kennis, extra kennis en extra ervaring beter en sneller beslissingen nemen.

De geschetste  verhouding van uitvoering van zorg en controle daarop is ook terug te vinden in de ICT architectuur. Ieder perifeer orgaan ontwikkelt een eigen informatiesysteem en verlangt van de bron (de systemen in het primaire proces) dat gegevens worden aangeleverd. En dat is dus de oorzaak van de administratieve lastendruk die uitgeoefend wordt op het primaire proces.

Terugbrengen van het zwaartepunt van de periferie naar de kern kan aan de hand van betere en slimmere ICT in de kern. Aan de basis wordt het door deze slimme toepassingen mogelijk gemaakt om beter te beslissen en zich te houden aan allerlei afspraken. In het primaire proces neemt de behandelaar met de patiënt zelf de verantwoordelijkheid voor de juiste beslissing ondersteund door slimme ICT.
De perifere organen krijgen een andere rol. Zij formuleren regels en deze worden geïmplementeerd in de  systemen van het primaire proces (kernICT).
De perifere organen ontvangen vanuit de kernICT informatie, die deze organen in staat stelt controle en toezicht uit te voeren. Ook daarvoor is slimme ICT beschikbaar d.m.v. partoonherkenning op big data.

In de kern, dus tijdens het primaire proces worden de noodzakelijke gegevens vastgelegd en niets meer in de periferie. Dit levert ook een voordeel op voor de privacy van de patiënt.

In de kernICT wordt dus een door alle partijen afgesproken set aan gegevens vastgelegd. Deze set sluit primair aan op de informatiebehoefte in het primaire proces, zodat de behandelaar alleen nog maar in haar/zijn inzicht  nuttige  gegevens vastlegt.
Zo verhogen we de motivatie van de behandelaar.
– Er worden alleen maar nuttige gegevens vastgelegd:
– zij/hij wordt geholpen bij de kwaliteit van de zorg (en dat is toch de belangrijkste drijfveer)
– De behandelaar wordt behandeld als een volwassene en gaat zich ook als zodanig gedragen
– En….. de patiënt wordt beter geholpen, wordt sneller geholpen en ziet door de bomen het bos weer!!!